Ex-studenten hebben nauwelijks een kans om een starterswoning te kopen doordat dat de banken rekenen bij hypotheekaanvragen met de oorspronkelijke studieschuld in plaats van de huidige studieschuld. De tweede kamer heeft sinds 2015 het kabinet al opgedragen om de regels zodanig aan te passen dat alleen rekening wordt gehouden met het bedrag dat ná gedeeltelijke aflossing over blijft.

De basisbeurs is in 2015 vervangen door een studielening waardoor veel studenten nu vaker en meer lenen. Dit zorgt voor veel studenten die geen starterswoning kunnen bemachtigen vanwege de hoge studieschuld.

Uit onderzoek van de studentenorganisatie Interstatelijke Studenten Overleg (ISO) blijkt dat studenten met een studieschuld van 21.000 euro en bruto jaarinkomen heeft van 40.000 euro, bij de grootste hypotheekverstrekkers een annuïteitenhypotheek met een rentevaste periode van 10 jaar wordt aangevraagd, door hun studieschuld 25.000 minder kunnen lenen voor de aankoop van hun woning.

Naast studenten die een lagere hypotheek krijgen van hypotheekverstrekkers, is de woningmarkt ook zodanig oververhit dat wat ze krijgen aan hypotheek om een woning te kopen, vaak niet genoeg is op deze woningmarkt. Tom van de Brink, ISO-voorzitter, vindt daarom dat studenten betere voorlichting moeten krijgen over de consequenties van lenen.

Bron: Dagblad van het Noorden
27-08-2018